HomeErasmus Online DatabaseNewsletterNederlands

Erasmus en vrouwen

"Kunstenaars overtreffen zichzelf in hun laatste werken. Welnu, God heeft de vrouw na de man geschapen en dus is de vrouw beter geslaagd dan de man." 

Sommige geleerden van nu vinden Erasmus vooruitstrevend en vrouwvriendelijk. Andere noemen hem een vrouwenhater. Dit maakt wel duidelijk dat Erasmus nogal wisselend over vrouwen schrijft. In zijn38220CF75056AA1767943C8ACF481966.jpg boeken doet hij allerlei uitspraken over vrouwen, over hun rol in de samenleving en in het huwelijk. Volgens Erasmus moeten vrouwen net als mannen onderwijs krijgen. Dit standpunt is bijzonder, omdat in zijn tijd alleen jongens les krijgen. Ook neemt Erasmus het op voor getrouwde vrouwen die slecht worden behandeld. Hij is tegen gedwongen huwelijken en hij vindt dat scheiden bij een slecht huwelijk moet mogen.

Aan de andere kant is Erasmus een kind van zijn tijd: volgens hem hebben vrouwen een hoop slechte eigenschappen. Vrouwen laten zich leiden door emotie, vindt hij, en daarom zijn ze verwaand, ijdel, jaloers, gulzig, brutaal en praatziek. De ideale vrouw is voor Erasmus de vrouw die leeft volgens christelijke waarden: vroomheid, bescheidenheid, soberheid, kuisheid. 

Erasmus heeft nooit met een vrouw samengeleefd. Hij schrijft ergens dat hij geen tijd heeft voor een vrouw, omdat hij al zijn tijd aan studie wil besteden. 

Eva beter gelukt

In zijn "Gesprekken" (Colloquia) ontkracht Erasmus het idee dat de vrouw zwakker is dan de man. Hij stelt dat de man niet langer leeft dan de vrouw en dat als mannen sterker zijn dan vrouwen, zij dan toch zeker zwakker zijn dan kamelen. Op het argument dat de man belangrijker is, omdat hij als eerste is geschapen, komt het tegenargument dat Adam eerder dan Christus werd geschapen; en verder dat kunstenaars zichzelf in hun latere werken vaak overtreffen, wat er ook op neerkomt dat Eva wellicht beter gelukt is dan Adam.

In het nu volgende gesprek tussen "De abt en de geletterde vrouw" laat Erasmus de abt Antronius belachelijk maken door de ontwikkelde en slagvaardige Magdalia:

Magdalia: Als u niet oppast, zal het gevolg zijn dat wij, vrouwen, in de theologische scholen de colleges zullen geven, in de kerken zullen preken en uw mijters zullen dragen.
Antronius: God behoede ons daarvoor!
Magdalia: Nee, het is uw eigen taak om dat te verhoeden. Als u zo doorgaat, zullen ganzen eerder preken dan dat de mensen genoegen nemen met u, stomme ganzenhoeders. De wereld is een toneel, dat nu op de kop wordt gezet, zoals u merkt. Iedereen moet zijn rol spelen of anders van het toneel verdwijnen.
Antronius: Hoe is het mogelijk dat ik deze vrouw ontmoette! Als u mij ooit bezoekt, zal ik u beter ontvangen.
Magdalia: Hoe dan?
Antronius: We zullen dansen en drinken zoveel als we willen, jagen, dobbelen en lachen.
Magdalia: Ik heb nu al genoeg reden om te lachen.

Het hele gesprek dient om een lans te breken voor de intellectuele vorming van de vrouw en tegelijkertijd de decadentie onder geestelijken op de hak te nemen. De naam van de abt, Antronius, verwijst naar het spreekwoord “Een ezel uit Antron” (Adagia 2.5.68). Erasmus’ gesprekken zijn nu in een mooie Nederlandse vertaling van Jeanine De Landtsheer te lezen.

Hoertje

In het gesprek "De jongen en het lichte meisje" drijft Erasmus de spot met de bovenbazen en neemt hij het op voor een hoertje dat hij Lucretia — de naam staat voor kuisheid — heeft genoemd. Voor Erasmus telt blijkbaar het innerlijk van het meisje en niet de uiterlijke omstandigheid van het bordeel. De jongeman heeft zojuist het meisje vermanend toegesproken:

Lucretia: … Waar heb je die nieuw ontdekte heiligheid vandaan? Meestal was je de wildste playboy van allemaal. Niemand kwam hier vaker en met meer onstuimigheid dan jij. Ik hoor dat je in Rome bent geweest?
Sophronius: Inderdaad.
Lucretia: Maar gewoonlijk komen de mensen daar slechter vandaan dan ze erheen gingen. Hoe komt het dat het jou anders is vergaan?
Sophronius: Ik zal het je zeggen: omdat ik niet naar Rome ben gegaan met dezelfde bedoeling of op dezelfde manier. Anderen gaan in de regel naar Rome om slechter terug te keren, en gelegenheden hiervoor bestaan daar in overvloed. Ik ging op reis met een fatsoenlijke man. Op zijn advies heb ik in plaats van de drankfles een boek meegenomen, en wel het Nieuwe Testament in de vertaling van Erasmus.
Lucretia: Van Erasmus? Ze zeggen dat hij een halve ketter is.
Sophronius: Je wil toch niet beweren dat de naam van die man tot hier is doorgedrongen?
Lucretia: Geen naam is bij ons bekender.
Sophronius: Heb je de man gezien?
Lucretia: Nee, maar ik zou hem graag hebben gezien, zoveel slechts heb ik over hem gehoord.
Sophronius: Zeker van slechte lieden?
Lucretia: Nee hoor, van eerbiedwaardige heren.
Sophronius: Van wie dan?
Lucretia: Dat mag ik niet zeggen.
Sophronius: Waarom niet?
Lucretia: Omdat als jij het zou rondbazuinen en zij zouden het horen, dan zou een flink stuk van mijn boterham foetsie zijn.
Sophronius: Wees maar niet bang, ik zwijg als een steen.
Lucretia: Hier met je oor dan.
Sophronius: Onnozel wicht! Wat heeft het voor zin om te fluisteren? We zijn immers alleen. Mag God het niet horen? (Ze fluistert) … Lieve God, ik merk dat je een vroom hoertje bent, want je steunt bedelmonniken met een aalmoes.

Let op hoe Erasmus zichzelf een heldenrol toebedeelt en verder de rollen volledig heeft omgedraaid. Waar anderen veroordelen, ziet hij iets goeds; hoogwaardigheidsbekleders (die het hoertje bezoeken!) toetst hij op hun gedrag. Ook in z’n "Handboekje voor de christensoldaat" (Enchiridion militis christiani) heeft Erasmus hier zijn zegje over gedaan:

"Het dobbelspel van één nacht heeft je misschien een vermogen gekost, terwijl ondertussen een ongelukkig meisje, door armoede gedreven, zichzelf verkocht."

Hier spreekt de sociaal-christelijke Erasmus, die zich ergert aan de ongelijke verdeling van rijkdom in de wereld.

 

Erasmus ziet een mooie vrouw.jpg

Deze tekening, die de jonge Holbein voor Erasmus maakte, kan symbolisch worden opgevat. Erasmus wendt zijn ogen niet af van de vrouwen. Hij komt op voor hun plaats in de maatschappij en maakt door zijn redenaties vaak brokken in de eiermand van de traditionele opvattingen. Dit onder protest van de menigte, hier uitgebeeld door de marktkoopvrouw.

Heeft Erasmus kwaad van vrouwen gesproken?

Erasmus heeft op verschillende manieren over vrouwen gesproken. In "Adagia" bijvoorbeeld zijn wel minder vleiende uitspraken te vinden. Sommigen zien hem daardoor als vrouwenhater. Wat te denken van “Niets is een grotere pest dan de vrouw” en “De vrouw is een lui wezen; wat een man bij elkaar zwoegt, verkwist zij.” Maar hierbij moet wel worden vermeld dat "Adagia" een verzameling spreekwoorden en gezegden uit de Oudheid bevat die niet per se de mening van Erasmus vertolken.

Dubbele moraal

Het lijkt er in het algemeen op dat Erasmus zich regelmatig niet neerlegt bij de algemene minachting voor vrouwen. Erasmus neemt het op voor de positie van de vrouw binnen het huwelijk. Hij keert zich tegen opgedrongen huwelijken en pleit voor het recht om bij een onherstelbare breuk uit elkaar te gaan. Hij vindt dat vrouwen door hun man goed moeten worden behandeld en keert zich tegen de heersende dubbele seksuele moraal. Er moet volgens hem één zedenleer gelden voor de beide seksen. Aangezien dit ideaal zelfs nu nog steeds niet is verwezenlijkt, moeten we hier toch erkennen dat Erasmus z’n tijd ver vooruit was. Erasmus wil ook dat vrouwen lezen. Althans, de Bijbel. In het voorwoord bij z’n vertaling van het Nieuwe Testament stelt hij uitdrukkelijk dat het zijn wens is dat “alle vrouwen het Evangelie en de brieven van de Apostelen lezen.”

Heksen

Het was in de 16e eeuw zeker niet gemakkelijk om over vrouwen te spreken zoals Erasmus deed. Dat paste niet bij de toenmalige mentaliteit. Het bijgeloof van die dagen stelde de vrouw verantwoordelijk voor alle mogelijke ongelukken, zoals droogte, overstromingen, slechte oogsten en impotentie. Nooit eerder had men meer heksen levend verbrand. Erasmus kreeg dan ook erg veel kritiek op z’n meningen te verduren, met name van monniken.

top