HomeErasmus Online DatabaseNewsletterNederlands

Humanisme

"Geleerd word je door veel met geleerden om te gaan, door nederig en vol eerbied naar geleerden te luisteren, door het werk van geleerden aandachtig te lezen en ijverig te bestuderen, kortom door nooit van jezelf te denken dat je een geleerde bent."

Erasmus als motor van het humanisme

Erasmus wordt vaak aangeduid als humanist. Maar in de tijd van Erasmus heeft het humanisme een ander gezicht dan in onze huidige tijd. De twee meest gebruikte omschrijvingen van humanisme kennen dan ook een klassieke en een moderne variant. Erasmus heeft een belangrijke impuls aan de verspreiding en ontwikkeling van dit gedachtegoed gegeven.

Erasmus is een klassieke humanist, dat wil zeggen: Iemand die taal, literatuur, geschiedenis en filosofie studeert. Klassieke humanisten vinden onderwijs en opvoeding erg belangrijk. Ze baseren hun ideeën op de boeken van de oude Romeinen. Ook daarom is Latijn voor hen de taal van de beschaving. Klassieke humanisten stellen het mens-zijn centraal. Ze vragen zich bijvoorbeeld af: Wat is goed en wat is slecht? Hoe moet je leven? Hoe moet je kinderen opvoeden?

Voor alle klassieke humanisten—en dus ook voor Erasmus—is het christelijke geloof als water voor een vis: bron van leven, vanzelfsprekend aanwezig en niet weg te denken. Kennis van de christelijke leer is het hoogste doel van hun onderwijs. De studie van de niet-christelijke literatuur van de Oudheid is de eerste, onmisbare stap in de opleiding van iedere christen. De Bijbel is voor Erasmus het belangrijkste boek. Omdat hij de bestaande Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament niet goed genoeg vindt, maakt hij een nieuwe. Een revolutionaire daad! Voor de Kerk was de oude vertaling heilig. Erasmus kreeg dan ook veel kritiek over zich heen.

 

Hier studeerkamer.jpg
De heilige Hieronymus in zijn studeerkamer
Antonello da Messina
(The National Gallery, Londen)

Erasmus' grote voorbeeld -- zowel voor het portret als voor de inhoudelijke geleerdheid -- is de kerkvader Hieronymus. Diens afbeeldingen illustreren in de 15e en 16e eeuw het studie-ideaal. Over het veelvuldig gebruik van dieren in afbeeldingen van Hieronymus is veel gespeculeerd. De pauw zou kunnen staan voor onsterfelijkheid, de patrijs voor de duivel, omdat dit dier de gewoonte heeft eieren van andere vogels te stelen. Het lege wasbassin rechts zou kunnen verwijzen naar de baardloosheid van deze Hieronymus, die meestal met baard wordt afgebeeld. Een andere betekenis die eraan wordt toegekend, is de leegheid van alle wereldse zaken. De kat op het podium wordt door sommigen gezien als onderdeel van het dagelijks huishouden, anderen zien er een connotatie met ketterij in.

Klassieken als autoriteit

Met het ontstaan van vrije burgergemeenschappen en de moderne ommuurde steden, dient zich een nieuwe tijd aan: de Renaissance. De steden die vanaf Italië tot de Noordelijke Nederlanden tussen de 11e en de 14e eeuw ontstaan, bestaan uit vrije burgers. De macht van keizer en kerk brokkelt af, wat tot meer vrijheden leidt. Er blijft wel een gebondenheid aan lokale machten, maar de roep om emancipatie neemt toe. Mensen ontwikkelen een gevoel voor gelijkheid voor de wet. De armenzorg door de overheid ontstaat. Het onderwijs en de opvoeding worden vernieuwd. Belangrijk is dat men de mens en de natuur in hun eigenheid gaat beschouwen, los van de christelijke dogma’s. Voor inzichten in deze natuur van de mens richten de humanisten zich tot de klassieken. Niet de kerk, maar deze klassieken worden autoriteit. Dit betekent niet dat de christelijkheid wordt verloochend. De mens is weliswaar naar het evenbeeld van God geschapen, maar hij heeft een geheel eigen waarde die hij tot ontplooiing dient te brengen. De Groninger Rudolf Agricola (1444-1485) geeft een goede illustratie van deze opvatting. Hij is de eerste grote humanist uit de Lage Landen. Zijn leven lang heeft Erasmus bewondering en respect voor hem gekoesterd. In 1476 spreekt Agricola in Ferrara ter gelegenheid van de opening van het academische jaar zijn "Lofrede op de filosofie en de andere kunsten" uit. Hierin zegt hij:

"Ook Socrates ontleent zijn voornaamste roem hieraan, dat hij als eerste de filosofie uit de hemel heeft laten neerdalen en haar in de steden, onder de mensen heeft gebracht."

Terug naar de bronnen

Het klassieke humanisme als geestelijke stroming vindt zijn bloei in de Renaissance. In dit tijdperk is er een herleving van in de klassieke Oudheid ontwikkelde visies op de mens. Het humanisme ontstaat in Noord-Italië in de 13e eeuw. Francesco Petrarca (1304-1374) is een van de pioniers en eerste protagonisten. Het is het prachtige Latijn van Cicero waarvoor Petrarca passie voelt. Hij wordt zich bewust van de kloof tussen zijn eigen tijd en die van de Oudheid door de schoonheid van het klassieke Latijn. Om de klassieken te kunnen lezen, gaan humanisten de Griekse en Latijnse literatuur bestuderen. Erasmus en de zijnen gaan terug naar de bronnen, vandaar de leus Ad fontes!

De humanist in de tijd van Erasmus is een beoefenaar van de studia humanitatis, de vakken van de mensheid/beschaving. Het zijn er vijf: grammatica (taal), rhetorica (communicatie), poëzie (schrijfvaardigheid), ethiek (moraalfilosofie in theorie) en geschiedschrijving (moraalfilosofie in de praktijk). Deze studie staat in dienst van de ontplooiing van de eigen menselijkheid en de totstandkoming van een harmonische samenleving. Opvallend is het ontbreken van de theologie -- maar niet het christelijke geloof! Het humanisme is een wereld van geleerden, teksten, boeken, filosofie. Erasmus als geleerde staat voor de geleerdheid van het boek, en dan vooral de geletterdheid ten dienste van de studie van het Boek der Boeken, de Bijbel. Aspecten van de humanitas zijn een liefde voor de letteren, geleerdheid, hoffelijkheid, vriendelijkheid, goede vormen, de kunst van het gesprek en tolerantie. Deze geesteshouding in de 15e en 16e eeuw draagt zelfontplooiing en waardigheid hoog in het vaandel. Belangrijke vertegenwoordigers van het klassieke humanisme zijn Petrarca, Leonardo Bruni (1370-1444), Lorenzo Valla (1407-1457), Erasmus, Thomas More (1478-1535) en Michel de Montaigne (1533-1592). In Deventer komt Erasmus in aanraking met Griekse en Romeinse dichters, en maakt hij zelf Latijnse gedichten. Het is Alexander Hegius (ca. 1433-1498) -- zelf een leerling van Agricola -- die zijn interesse voor de klassieken stimuleert. Hij ontwikkelt zich tot humanist in het klooster te Steyn bij Gouda. Tijdens zijn kloosterperiode gebruikt hij de klassieken met name ter evocatie van Christus. In deze periode schrijft Erasmus zijn Antibarbari (in 1492 in Bergen op Zoom), een pleidooi voor de klassieken in het onderwijs.

Herstel van het Latijn

Klassieke werken zijn al wel bekend in de Middeleeuwen, maar worden niet kritisch gelezen. Er wordt veelal gebruikt gemaakt van (Latijnse) vertalingen, recensies, overzichten en commentaren. Een gruwel voor de humanist. Er moet een zuivering komen van de teksten. Het devies luidt dan ook: Terug naar de bronnen! ofwel Ad fontes! Met zijn Elegantiae linguae Latinae (Finesses van de Latijnse taal) geeft Lorenzo Valla het startschot voor het kritisch bestuderen van teksten. Dit is een van de belangrijkste werken van het 15e-eeuwse Italiaanse humanisme. Het ideaal: herstel van het Latijn uit de Oudheid. Om objectief te kunnen beoordelen wat goed of slecht Latijn is, moet men volgens Valla historisch-filologisch onderzoek plegen. Dit bestaat uit een analyse van de woordenschat, de woordbetekenis, de zinsbouw e.d. van teksten uit de Oudheid. Bij deze schrijvers en dichters had de Latijnse taal immers haar meest volmaakte ontwikkelingsstadium bereikt. Zo ontstaat de filologie als wetenschap, die eerbied heeft voor de tekst en kritisch de authenticiteit ervan vaststelt.

De Bijbel opnieuw vertaald

Het uitgeven van kritische tekstedities behoort tot het filologische werk van de humanist. De "bonae litterae" vormen een belangrijk bestanddeel van de humanistische arbeid. Deze schone letteren worden gevormd door het werk van schrijvers en filosofen uit de Oudheid. Doel van het opnieuw uitbrengen van deze werken is een groter publiek kennis te kunnen laten nemen van deze wijsheden en meesterwerken uit het verleden. Dit strookt met het humanistische vertrouwen in de zegenrijke werking van goede literaire vorming. Wanneer het gerucht de ronde doet dat Erasmus is gestorven, gewaagt Beatus Rheanus (1485-1547) van "onze Erasmus van Rotterdam … de beste der meesters der bonae litterae." Erasmus heeft tientallen van deze edities vervaardigd, waarvan het Novum Instrumentum (Testamentum) het hoogtepunt is. Zowel Valla als Erasmus hebben een sterke interesse voor het historisch-filologisch onderzoek naar een zuivere bijbeltekst. Valla en John Colet hebben Erasmus geïnspireerd het Nieuwe Testament opnieuw te vertalen. Valla had al eerder aantekeningen (annotationes) bij het Nieuwe Testament geschreven. En het is Colet die Erasmus aanspoort Grieks te gaan leren, met als doel de Bijbel in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen. Het Novum Instrumentum is een boek dat de Griekse tekst van het Nieuwe Testament en een gezuiverde vertaling in het Latijn met een reeks aantekeningen bevat.

Hedendaags humanisme

"Het humanisme (...) is niets anders dan het vertrouwen, dat de geestelijke krachten, die nodig zijn om het leven tot zijn hoogste mogelijkheden te brengen, gewekt worden door de omgang met mensen in heden en verleden, die over die krachten beschikken." (H.J. Pos)

De moderne variant van het humanisme kenmerkt zich door een niet- of antigodsdienstig karakter. Dit is de meest prominente tegenstelling tussen klassiek en modern humanisme. Erasmus zou zich dan ook niet helemaal thuis hebben gevoeld in het hedendaagse humanisme, waarin het Christendom (meestal expliciet) geen rol meer speelt. Voor Erasmus geldt absoluut geen tegenstelling tussen humanisme en christelijk geloof, een oppositie die wel bij moderne humanisten is terug te vinden. In de 19e en 20e eeuw is deze vorm van humanisme tot ontwikkeling gekomen. Na de Verlichting moet de mens afgaan op het licht van de Rede, en staan zelfbeschikking, autonomie en geloof in de rationaliteit centraal. De mens is het centrum van het universum, en niet langer God, die eind 19e eeuw door Nietzsche dood is verklaard. De mens en de menselijke beleving, en niet God, komen centraal te staan. De twee varianten van het humanisme hebben veel gemeen: de verdediging van de menselijke vrijheid, gelijkwaardigheid, tolerantie, medemenselijkheid en redelijkheid. Tevens is de bestrijding van religieus dogmatisme een belangrijke gemeenschappelijke deler. In Nederland houdt het Humanistisch Verbond de humanistische levensbeschouwing levend.

Meer..

 

top