HomeErasmus Online DatabaseNewsletterNederlands

Philosophia Christi

De Bijbel op de juiste manier laten spreken

Erasmus is onder vuur komen te liggen door de publicatie (in 1516) van zijn "Novum Instrumentum" — zijn vertaling van het Griekse Nieuwe Testament in het Latijn. (Instrumentum betekent akte, oorkonde; in latere drukken is de gebruikelijke titel Novum Testamentum gebruikt.) De aloude, bestaande vertaling (de Vulgaat) voldeed voor hem niet meer. Erasmus wilde met zijn vertaling een tekst leveren die minder fouten bevatte en in beter Latijn was gesteld. Hij verantwoordde zijn vertaling in een groot aantal aantekeningen (Annotationes); deze waren niet niet alleen taalkundig van aard, maar bevatten ook kritische opmerkingen over de kerk van zijn tijd en over de haarkloverijen van de scholastieke theologen. Voor Erasmus is de Bijbel de bron van de theologie. In de Bijbel is de levende Christus te vinden die voor ieder mens het voorbeeld moet zijn. Erasmus’ aantekeningen bij de bijbeltekst zijn grotendeels wetenschappelijk van karakter. Het aspect van de vroomheid komt meer tot zijn recht in Erasmus’ Paraphrasen. Dit zijn hervertellingen van het Nieuwe Testament die in het Latijn en in vertaling zeer populair werden.

 

Filos-chrfil-christus_3.jpg Filos chrfil christus_4.jpg

Erasmus gecensureerd
De Inquisitie heeft in het commentaar dat Erasmus schreef bij de Elucubrationes, verboden tekstdelen gemarkeerd. Aan de rechterkant staat: auctor damnatus, veroordeeld schrijver. (Erasmushuis Brussel) Gecensureerd boek met links bruine strepen. Duidelijk te zien is hoe Erasmus’ tekst grondig is bewerkt. Na het doorstrepen van de tekst zijn de pagina's dichtgeplakt. (Erasmushuis Brussel)

Philosophia Christi

Om de misstanden binnen de christelijke wereld te bestrijden, pleit Erasmus voor een morele hervorming. Een goed gelovige hecht niet aan uiterlijk vertoon: het gaat om de individuele relatie met God. Je bent geen goed christen als je alleen de door de kerk voorgeschreven rituele en ceremoniële verplichtingen naleeft. De Heilige Schrift moet worden bestudeerd en het geweten getraind. Dit zijn de grondgedachten van Erasmus' filosofie van Christus of christelijke filosofie (philosophia Christi of philosophia christiana). Deze term ontleende Erasmus aan de Griekse kerkvaders. Ook Petrarca (1304–1374), de vader van het klassieke humanisme, gebruikte hem. In het kort laat de christelijke filosofie van Erasmus zich omschrijven als: een verinnerlijking van het geloof die in de praktijk moet worden nageleefd. Het individuele geweten geldt hierbij als leidraad, en voor de diepgaande studie van de Oudheid (in het bijzonder van de eerste christenen en kerkvaders, inclusief hun inspiratiebronnen uit de heidense klassieken) is een belangrijke rol weggelegd. Erasmus pleit voor een praktische religie, ontdaan van theologische haarkloverij waar de gemiddelde christen niets van begrijpt. Zo discussiëren de theologen op de Leuvense faculteit acht weken lang over het volgende probleem: is er meer kans door God te worden gehoord als je één dag 20 minuten bidt, of heeft vier dagen achtereen vijf minuten bidden meer resultaat? Dit dient het geloof niet, want een simpel oog ziet niets dan Christus' glorie. Erasmus is een ethisch moralist. Hij propageert een levenspraktijk die dienstbaar is aan de "philosophia Christi." Erasmus wil zijn filosofie van Christus onder de mensen verspreiden, zoals hij in een brief aan de aartsbisschop van Canterbury meldt (1521):

"Als Christus het me geeft, zal ik een langer leven niet versmaden, maar ik zal er niet naarstig naar verlangen. Ik zou zoveel levenstijd wensen te bereiken zodat ik … de zielen van de stervelingen nog meer tot de filosofie van Christus zal opwekken. In die gesteldheid meen ik meer de gunst van onze Heer Jezus te winnen dan wanneer ik driemaal op blote knieën naar de drempels van Sint Pieter zal kruipen."

De Bijbel voor leken

In 1503 verschijnt "Enchiridion militis christiani" -- Handboek voor de christenstrijder. Hierin zet Erasmus voor het eerst uiteen hoe een goed christen behoort te leven. Hij veroordeelt heiligenverering en andere uiterlijke symbolen van het christendom. Alhoewel hij zelf zegt de heiligenverering als zodanig niet te verwerpen, maar wel de manier waarop ze plaatsvindt, worden de meeste van zijn uitlatingen over dit onderwerp later door de kerk gecensureerd. Erasmus bepleit navolging van Christus (maar het beroemde boek van Thomas a Kempis onder die titel schijnt hij nooit te hebben gelezen). Wie deze navolging in praktijk weet te brengen, komt dichter tot God dan degene die de dogma's en de rituelen van de kerk naleeft. Erasmus geeft de volgende beschrijving van een goed christen:

"… niet hij die gedoopt of gezalfd is of ter kerke gaat. Het is veeleer de mens die Christus in de diepste gevoelens van zijn hart omsloten houdt en die hem nastreeft door vrome daden."

In het voorwoord tot zijn "Novum Instrumentum" geeft Erasmus zijn wens te kennen dat de Bijbel door leken in de volkstalen moet kunnen worden gelezen om zo het geloof dichter bij de mensen te brengen.

top