HomeErasmus Online DatabaseNewsletterNederlands

Beeldvorming

"Niets is zo belangrijk als de wijze
waarop men zich voor het eerst aan de wereld kenbaar maakt."

Erasmus heeft een scherp ontwikkeld gevoel voor public relations. Het begint al met de naam die hij voor zichzelf kiest: Desiderius Erasmus Roterodamus. Door de ijzeren consequentie waarmee Erasmus zich presenteert onder deze naam - geënt op de drieëenheid van de klassieke Romeinse naam, zoals bijvoorbeeld Quintus Horatius Flaccus - wordt het een prachtig herkenningsteken. Om zijn eigen bekendheid te vergroten, bedient hij zich van alle communicatiemiddelen die hem ten dienste staan, met name van de boekdrukkunst. Erasmus' roem is ondenkbaar zonder dit instrument, dat in impact vergelijkbaar is met ons Internet. Dankzij de drukpers wordt Erasmus de alom gevraagde deskundige die over van alles zijn mening moet geven, waardoor hij tot in de hoogste kringen bekend raakt.

Erasmus' hang naar publiciteit beperkt zich niet tot het geschreven woord. Erasmus heeft veel afbeeldingen van zichzelf laten maken om aan anderen te schenken. Van die afbeeldingen worden weer prenten gemaakt die via de drukpers op grote schaal worden verspreid. Erasmus schept zo niet alleen een beeld van zichzelf als geleerde, maar bepaalt ook hoe die geleerdheid eruit ziet. De baret bijvoorbeeld wordt mede dankzij Erasmus het symbool van de vrijheid van denken. De bekendste kunstenaars uit Erasmus' tijd die hem hebben geportretteerd, zijn Quinten Metsys, Hans Holbein de Jonge en Albrecht Dürer. De meeste afbeeldingen die er daarna van Erasmus zijn gemaakt (en dat zijn er heel erg veel), zijn afgeleid van de interpretatie die deze kunstenaars aan Erasmus hebben gegeven.

Is het vooral de geleerde die ons op het netvlies is gebrand, toch werd Erasmus ook anderszins door het nageslacht geëerd. Hoe kwam Erasmus aan de reputatie uitvinder te zijn van turf als brandstof en van het zeilen met alle winden mee? Er blijken ook imago's van Erasmus te zijn waarover hij zelf geen controle had. In een Engels gebedenboek dat kort na zijn dood verscheen, zijn de namen van twee heiligen vervangen door die van Erasmus, maar dit bleef een uitzondering. Erasmus belandde niet op de reguliere Anglicaanse heiligenkalender — iets wat hij zelf ook niet zou hebben gewaardeerd. Minstens even curieus is de befaamde spotprent van Erasmus als pelgrim die tijdens de speculatierage van 1720 in wanhoop zijn stad verlaat.

Holbein

Portret_holbein1.jpg Hans Holbein de Jongere geldt als de belangrijkste portrettist van Erasmus. Op zijn weergaven van Erasmus komen karaktertrekken als Erasmus' ironie, scepticisme en zelfgenoegzaamheid het best naar voren. Holbein portretteerde Erasmus niet alleen, hij illustreerde ook een exemplaar van de Lof der Zotheid dat nu wordt bewaard in Bazel. Holbein was toen pas achttien jaar en zette met deze tekeningetjes zijn eerste stappen op weg naar beroemdheid. (Galleria degli Uffizi, Florence)
Portret-holbein2.jpg Dit portret uit 1523 wordt als het meest indrukwekkende portret van Erasmus gezien. Het betreft hier een geïdealiseerde weergave en het is nog maar de vraag of Erasmus met name de rust die hij op dit schilderij uitstraalt, ook werkelijk bezat. Erasmus schonk dit portret in september 1524 aan zijn beschermer William Warham, aartsbisschop van Canterbury. Niet alleen de glimlach is opvallend, maar ook het opschrift op de snee van het boek: Herakleioi Ponoi Erasmi Roterodami ofwel de "Herculische werken van Erasmus van Rotterdam." Dit is een verwijzing naar hoe Erasmus het schrijven en steeds maar weer herzien van zijn "Adagia" ervoer. In 1531 zou de Franse theoloog Mallarius Erasmus de Bataafse Hercules noemen, een in zijn ogen eervolle kwalificatie waarvan Erasmus zich niet afkerig betoont. (In bruikleen aan de National Gallery in Londen (Loan 658). Herkomst: Longford Castle bij Salisbury.)
Portret_holbein3.jpg Holbeins voorstudies van Erasmus' handen uit 1523 zijn bijzonder gevoelige tekeningen die de zorg tonen waarmee Holbein de geschilderde portretten van Erasmus voorbereidde. Deze handen zijn voorstudies voor het schilderij van Erasmus uit 1523, waarbij Erasmus schrijvend aan zijn lessenaar zit. (Louvre, Parijs)
Portret_holbein4.jpg Op dit kleine profielportret in tempera op papier uit 1523 heeft Holbein Erasmus geïdealiseerd. Dat is duidelijk te zien aan de vergelijking van dit portret met het ronde portret op hout uit hetzelfde jaar. Op dit schilderij houdt Erasmus zich flink rechtop en ziet hij er veel jonger uit dan hij in werkelijkheid was, namelijk ruim vijftig jaar. (Basels Museum)
Portret_holbein5.jpg Groot profielportret in tempera op hout uit 1523. Hier geeft Holbein een realistisch portret van Erasmus. Hij ziet er hier tamelijk oud en vermoeid uit. (Louvre, Parijs)
Portret_holbein6.jpg "Erasmus im rund" (1532). Aangenomen wordt dat dit het laatste geschilderde portret van Erasmus is dat bij zijn leven werd gemaakt. Vermoedelijk vervaardigd in opdracht van Hieronymus Froben. Het portret is niet geïdealiseerd, alle verwijzingen naar wijsheid, kennis en karakter zijn weggelaten. Het is Erasmus "naar het leven," precies zoals hij was. (Öffentliche Kunstsammlung, Basel)
Portret_holbein7.jpg Medaillonportretten van Erasmus en Luther uit 1533. Het medaillon van Erasmus werd door Holbein waarschijnlijk als tegenhanger van zijn soortgelijke medaillon van Luther gemaakt. De vervaardiging van deze twee medaillons heeft misschien te maken gehad met de verschijning van Erasmus' "Liber de sarcienda Ecclesiae concordia" waarin Erasmus zijn ideeën met betrekking tot de eenheid van de kerk ontvouwt. (Rijksprentenkabinet, Amsterdam)
Portret-holbein8.jpg "Erasmus in eim Ghüs" uit 1535, een houtsnede. Erasmus is afgebeeld in een omlijsting van Renaissance-architectuur. Zijn rechterhand rust op de kop van Terminus, de godheid die door Erasmus als persoonlijk teken werd gebruikt. Terminus was een door de Romeinen als godheid vereerde figuur die heerste over grenzen en afscheidingen. Zijn aanwezigheid in verschillende portretten van Erasmus verwijst naar de dood. Het dragen van het symbool Terminus herinnerde Erasmus er volgens eigen zeggen aan dat zijn levenseinde niet ver verwijderd was. Hij trok daaruit de conclusie dat in zijn leven niets belangrijker was dan het mediteren over de dood. Onderaan dit portret is een vierregelig gedicht in het Latijn te lezen. Vertaling: "Pallas, vol bewondering over dit schilderij dat het werk van Apelles evenaart, zegt dat het voor eeuwig in de bibliotheek moet worden bewaard. Holbein toont zijn vaardige kunstwerk aan de Muzen en de grote Erasmus de kracht van zijn buitengewoon hoge begaafdheid." (Rijksprentenkabinet, Amsterdam)

Dürer 

Portret-durer1.jpg Dit zelfportret van Albrecht Dürer stamt uit 1498 (ets, Erasmushuis Brussel). Als Erasmus in 1525 blijk geeft van zijn verlangen door Dürer te worden afgebeeld, is Erasmus al beroemd en Dürer een zeer bekend en gewaardeerd kunstenaar. Het lijkt erop dat zij elkaar als zodanig waardeerden zonder dat hier ooit een echte vriendschap uit is voortgekomen. Dürer is een aanhanger van Luther en heeft een aantal pogingen gedaan om Erasmus voor diens zaak te winnen. Later zal Dürer Erasmus zijn houding tegenover de Reformatie verwijten. Als blijkt dat Erasmus boven alles het idee van een ongedeelde kerk is toegedaan en vanaf 1524 zelfs tegen Luther begint te schrijven, ervaart Dürer dit als een grote teleurstelling.
Portret-durer2.jpg Portret van Erasmus uit 1520 (Louvre Parijs). Op deze tekening in zwart krijt baseerde Dürer zijn beroemde kopergravure uit 1526. Dürer maakte de tekening tijdens zijn eerste reis door de Nederlanden. Tijdens deze reis heeft hij Erasmus vier keer ontmoet. Vijf jaar later schrijft Erasmus in een brief aan Pirckheimer: "Ik zou graag door Dürer worden afgebeeld. Wie zou dat niet willen, door zo'n groot kunstenaar? Maar hoe kan het? Hij was indertijd in kool begonnen, maar hij moet mij allang vergeten zijn. Wanneer hij iets kan doen met behulp van de medaille (van Metsys) en van z'n eigen herinneringen, laat hij dan met mij doen wat hij met u heeft gedaan, die hij iets gewichtiger heeft gemaakt." Dat laatste bedoelde Erasmus waarschijnlijk ironisch, want zelf was hij juist in die tijd erg mager geworden.
Portret-durer3.jpg Gestileerde kopergravure uit 1526 (Rijksprentenkabinet, Amsterdam). Het Latijnse opschrift betekent: "Afbeelding van Erasmus van Rotterdam door Albrecht Dürer naar een levende beeltenis getekend." Het Griekse betekent: "Een beter beeld zullen zijn werken geven." Dürer heeft deze gravure gemaakt op aandringen van Erasmus' Neurenbergse vriend Willibald Pirckheimer (1470-1530) zonder dat hij Erasmus kort tevoren had ontmoet en zonder dat hem een recent portret ter beschikking stond. Ondanks zijn grote bewondering voor de vaardigheid van Dürer heeft deze beeltenis Erasmus niet kunnen bekoren. In maart 1528 schreef hij een vriend: "Dürer heeft mij afgebeeld, maar het lijkt helemaal niet." Erasmus was hier zelf ook debet aan. Hij was immers degene geweest die Dürer het slechte advies had gegeven zijn beeltenis te baseren op een combinatie van een vijf jaar oude tekening en de penning van Metsys. Die penning werd echter vanuit een heel andere visie op Erasmus gemaakt dan de tekening van Dürer, waardoor het project wellicht bij voorbaat was gedoemd te mislukken.

Metsys 

Portret-metsys1.jpg Zelfportret van Quinten Metsys uit 1495 (Cabinet des Médailles, Parijs). Metsys werkt in Leuven van 1517-1521. Hier leert hij Erasmus kennen, waarschijnlijk via de Antwerpse stadssecretaris Pieter Gilles (Petrus Aegidius), die zowel met Metsys als met Erasmus goed bevriend is. Metsys beeldt Erasmus een aantal keren af. Hij portretteert hem als geleerde, schrijvend, denkend of lezend. Deze manier van portretteren kent een lange traditie die teruggaat tot de vroeg-christelijke manuscriptillustraties. Erasmus schrijft over Metsys afwisselend lomp of vol achting. In de ene brief heeft hij het over "een enigszins ordinaire artiest," in de andere over "een opmerkelijk kunstenaar." Men moet hierbij bedenken dat voor Erasmus de afbeelding, hoe kunstzinnig ook, toch altijd inferieur was aan het geschreven woord. Tegenwoordig wordt Metsys algemeen erkend als een groot kunstenaar, omdat hij met zijn conceptie van de persoonlijkheid van Erasmus de toon heeft gezet voor alle kunstenaars die Erasmus later hebben geportretteerd. Nu nog wordt onze beeldvorming van Erasmus in belangrijke mate door Metsys bepaald.
Portret-metsys2.jpg
Dit dubbelportret van zichzelf en Gilles uit 1517, waarschijnlijk een tweeluik, heeft Erasmus samen met zijn vriend Gilles laten maken. Het is een geschenk aan hun gezamenlijke vriend, de Engelse schrijver Thomas More. In deze verhouding staat Gilles in het midden, hij vormt de verbinding tussen More en Erasmus. Dit gegeven is in het schilderij verwerkt. Gilles houdt een brief van More in de hand en wijst met zijn andere hand op het door Erasmus geschreven boek "Antibarbari." Achter hen beiden, in de kast, staan nog meer boeken van Erasmus. Thomas More was zeer ingenomen met het schilderij. Hij bedankte zijn vrienden uitvoerig per brief en wijdde er twee Latijnse gedichten aan. Hierin laat More duidelijk blijken hoezeer hij zowel de schilder Metsys als de twee geportretteerden bewondert. Inmiddels zijn de twee onderdelen van het schilderij gesplitst. Het portret van Erasmus is nu eigendom van de Engelse kroon (Windsor Castle). Het portret van Gilles bevindt zich in Longford Castle.
Portret-metsys3.jpg Op deze Erasmuspenning door Quinten Metsys uit 1519 staat op de voorzijde het profiel van Erasmus. De achterzijde bevat een afbeelding van Terminus en de spreuk "Concedo Nulli." Thomas More's enige aanmerking op het dubbelportret van Gilles en Erasmus was geweest dat het materiaal waarop het was gemaakt (hout), zo onbestendig was. Het lijkt erop dat Erasmus zich deze kritiek heeft aangetrokken, want twee jaar later gaf hij Metsys de opdracht om een penning te maken met aan de voorkant zijn portret en aan de achterkant de god Terminus. Tevens staat hier zijn lijfspreuk "Concedo Nulli" (Ik wijk voor niemand). Door zijn vijanden werd dit geïnterpreteerd als arrogantie, zij schreven de uitspraak aan Erasmus zelf toe. Erasmus verdedigde zich met het argument dat de spreuk op de dood sloeg en toegeschreven diende te worden aan Terminus. Op de voorkant, aan de randen, in het Latijn en in het Grieks staat de tekst: "Zijn geschriften zullen hem beter doen kennen: portret naar het leven," het jaartal 1519 en ter weerszijden van de kop ".er.. rot." ofwel "Erasmus Roterodamus." Deze penning verspreidt Erasmus onder zijn vrienden, hoewel hij vaak aangeeft over de kwaliteit ervan ontevreden te zijn. Verder is het opvallend dat hij de naam van de kunstenaar zelden vermeldt. Een teken van de geringe waardering die Erasmus in het algemeen voor beeldend kunstenaars had? (Historisch Museum, Basel)

 

top