HomeErasmus Online DatabaseNewsletterNederlands

Lof der Zotheid (1511)

Er zijn maar weinig boeken die je zo vaak laten grinniken als Moriae encomion ofwel Lof der Zotheid. Erasmus geeft ongezouten kritiek op de wereld om zich heen. Mensen zijn niet in de wieg gelegd voor wijsheid. Ze zijn dol op fabeltjes. Hoe idioter iets is, des te meer bewonderen mensen het. Kortom, de mensheid krijgt ervan langs, en vooral de mensen van de kerk, de priesters.

Maar is het allemaal wel serieus bedoeld? Per slot van rekening is het Mevrouw Zotheid die de hele tekst uitspreekt, en niet Erasmus. Satire met een dubbele bodem dus?

In 1511 kwam de eerste druk uit en de boeken vlogen als zoete broodjes over de toonbank. Dat Lof der Zotheid zo’n succes zou worden, had Erasmus niet kunnen dromen. In 1509 schreef hij het boek “even tussendoor” en in het Latijn. Dat deden geleerden nu eenmaal in zijn tijd, ook al kende lang niet iedereen Latijn. Het boek is vaak vertaald. Natuurlijk in het Nederlands, Engels, Frans en Duits, maar ook in bijvoorbeeld het Fries, Russisch, Grieks, Hebreeuws en Esperanto.

 

ASD (Opera Omnia, Amsterdam 1969-)

De uitgave van Erasmus' "Opera Omnia" is een langlopend KNAW-project dat teruggaat op een Rotterdams initiatief uit 1960. Anders dan de oude edities van Bazel (1538-1540) en Leiden (1703-1706), laat de nieuwe uitgave zien welke veranderingen Erasmus in de loop der jaren in zijn werk heeft aangebracht. De nieuwe editie biedt een kritische (gezuiverde) Latijnse tekst zonder vertaling. Elke tekst wordt voorzien van een inleiding en van verklarende aantekeningen in het Frans, Duits of Engels.

Erasmus Boeken Lijst alfabetisch.pdf
Erasmus Boeken Lijst chronologisch.pdf

De editie wordt verzorgd door een team van zo'n 35 specialisten uit binnen- en buitenland. Het project wordt uitgevoerd onder auspiciën van de Union Académique Internationale (UAI) en de Conseil international pour l’édition des oeuvres complètes d’Erasme. De volledige reeks zal ongeveer 60 banden tellen. Het streven is om het project rond 2015 af te ronden.

Er bestaat een nauwe samenwerking met het Canadese project "Collected Works of Erasmus." Dat behelst een Engelse vertaling, met commentaar, van Erasmus' brieven en geschriften.

Evenals de edities van Bazel (Froben, 1538–1540) en Leiden (Van der Aa, 1703–1706) is de Amsterdamse uitgave naar Erasmus' eigen wensen ingedeeld in negen "ordines" ofwel categorieën. Iedere "ordo" omvat een specifieke literaire of thematische categorie binnen Erasmus' oeuvre, en wel als volgt:

  1. Geschriften over literaire en opvoedkundige kwesties
  2. Spreekwoorden en spreuken ("Adagia")
  3. Correspondentie
  4. Geschriften over morele kwesties
  5. Geschriften met betrekking tot religieuze instructie
  6. Editie van de Griekse tekst van het Nieuwe Testament, met Latijnse vertaling en annotaties
  7. Parafrasen van het Nieuwe Testament
  8. Geschriften in verband met de kerkvaders (incl. enkele vertalingen uit het Grieks)
  9. Apologieën

De correspondentie (ordo III) is beschikbaar in de monumentale uitgave van P.S. Allen, H.M. Allen en H.W. Garrod (12 vols., Oxford 1906-1958), en wordt daarom niet in de Amsterdamse editie opgenomen.

Waarom een nieuwe editie?

Soms wordt de vraag gesteld waarom er een nieuwe uitgave nodig is. In de meeste grote bibliotheken is immers het origineel of de reprint van de tiendelige Leidse editie van 1703-1706 aanwezig. Deze editie is verzorgd door Jean le Clerc (Johannes Clericus) en wordt doorgaans aangeduid met de afkorting LB, naar Lugdunum Batavorum (= Leiden). Om de volgende redenen is LB niet langer voldoende:

  1. LB biedt uitsluitend de laatste versie van Erasmus' werken, evenals zijn Bazelse voorganger (gebruikelijke afkorting: BAS). De lezer kan dus niet zien hoe de tekst zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. Dit heeft tot gevolg dat de polemieken waarin Erasmus verwikkeld raakte, niet zijn te begrijpen. Van de "Aantekeningen op het Nieuwe Testament" bijvoorbeeld (Annotationes in Novum Testamentum, ordo VI) verschenen edities in 1516, 1519, 1522, 1527 en 1535. Van 1519 af breidde Erasmus de tekst telkens uit en bracht hij wijzigingen aan. In veel gevallen reageert hij expliciet of impliciet op zijn critici.
  2. LB bevat geen commentaar. Erasmus citeert de heidense en christelijke auteurs uit de Oudheid en ook de Bijbel nu eens met, dan weer zonder bronvermelding. Naar eigen goeddunken citeert hij letterlijk of vrij, of verandert hij de oorspronklijke betekenis van een uitspraak of dichtregel. Een commentaar waarin alle citaten, verwijzingen en toespelingen geïdentificeerd en zo nodig worden toegelicht, is voor een goed begrip van Erasmus onmisbaar.
  3. LB geeft geen inleidingen. De moderne lezer heeft echter bij iedere tekst behoefte aan een inleiding die de historische situatie schetst waarin het werk van Erasmus tot stand is gekomen. Bovendien dient de bewerker (editor) hier verantwoording af te leggen over de keuze van de 16e-eeuwse drukken waarop hij of zij de teksteditie baseert.

Opzet van het project

Aan iedere tekst gaat een inleiding vooraf. Daarin wordt het ontstaan, de inhoud en de drukgeschiedenis van de betreffende tekst kort besproken. Hierop volgt een beschrijving van de gecollationeerde gedrukte edities of handschriften. (Er is overigens weinig handschriftelijk materiaal bewaard gebleven.) Als uitgangspunt voor de tekstuitgave fungeert in beginsel de eerste door Erasmus geautoriseerde editie. De varianten uit de overige geautoriseerde edities worden in het kritisch apparaat vermeld. Soms heeft Erasmus een werk bij iedere nieuwe druk aanzienlijk uitgebreid. In dat geval wordt de laatste door Erasmus geautoriseerde editie als uitgangspunt voor de tekstuitgave gekozen. Dit gebeurt om het kritisch apparaat te ontlasten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de editie van de Adagia (ordo II), de Aantekeningen op het Nieuwe Testament (VI) en de Lof der Zotheid (IV-3). Maar ook daar zijn uiteraard alle voorafgaande stadia van de tekst via het kritisch apparaat te reconstrueren. Het commentaar is beknopt. Het bevat de identificatie van de geciteerde bronnen en de taalkundige en historische achtergrondinformatie die nodig is om de Latijnse tekst te begrijpen. De inleiding en het commentaar zijn gesteld in het Engels, Frans of Duits.

De Conseil is lid van de Fédération Internationale des Sociétés et Instituts pour l’Étude de la Renaissance (FISIER).


CWE (Collected Works of Erasmus)

The predilection of the CRRS for Erasmiana in all of its manifestations – early editions of Erasmus and his contemporaries, studies, lectures – is easy to detect. But there’s an ideal use for all of this: since the 1970s the University of Toronto Press has been publishing an edition of Erasmus’s complete correspondence and other major writings. The Collected Works of Erasmus (CWE), under the general editorship of Professor James K. McConica, President of the Pontifical Institute of Mediaeval Studies, has produced nearly 50 volumes so far, and the final total will be 89, including Contemporaries of Erasmus, a three-volume biographical register of those mentioned in Erasmus’s writings. The CWE is the largest translation project ever undertaken by a Canadian press. It is a bit incredible that such a massive task was ever begun, and that it is still active in a time when scholars are so pressed to demonstrate immediate practical results and the applicability of their research.

The idea originated back in the summer of 1968, when Ron Schoeffel of the University of Toronto Press decided that he'd like to read Erasmus’s letters but couldn’t find an English edition in the card catalogue of the library. He thought that there must be some mistake. There wasn’t. The letters of one of the greatest humanist thinkers and most important figures of the Renaissance and Reformation were only available in Latin, and just a few of his other writings existed in English. Back at the Press, Schoeffel consulted with the Managing Editor, Francess Halpenny, and with other colleagues and scholars about the possibility of having the Press produce and publish a translation of Erasmus’s writings. Bold plans were fashionable and also manageable in those days; by the end of 1968 the CWE was launched, with an estimated 40 volumes planned – not merely Erasmus’s letters but also his other major writings – translated, annotated, outfitted with extensive scholarly apparatus, and carefully situated in the cultural, theological, grammatical, political, philosophical, and bibliographical context of his time. Since then, the final count has increased to 89 volumes and it will take another twenty or so years before the work is completed and all the volumes are published.

It hasn’t always been easy going. Although the CWE began with the assurance of ongoing grant funding, that ended in 1998 when the Social Sciences and Humanities Research Council of Canada decided to shift its emphasis in the awarding of grants. But the University of Toronto Press has continued to support both the research and publication costs of the edition, and with occasional financial assistance from individuals and institutions and the invaluable support of the scholarly community at large, the project has not only survived but flourished. The Collected Works of Erasmus has been called ‘one of the great megaprojects in the history of Canadian publishing’ (Ottawa Citizen), and ‘a magnificent achievement, one of the scholarly triumphs of our time’ (Lisa Jardine, Common Knowledge).

Kim Yates, Assistant to the Director

top